De Limes wordt algemeen beschouwd als de noordelijke grens van het voormalige Romeinse Rijk. Limes (uitgesproken als lie-mes) is Latijn voor ‘grens’ en ‘pad’. In Nederland loopt de Limes van Katwijk via de oude Rijn langs Arnhem naar Duitsland. De Rijn werd ogeveer vanaf 47 n. Chr. de grens tussen het Romeinse Rijk en de Germanen.
Voor die tijd bezetten de Romeinen ook Nederlandse gebieden die ten noorden van de Rijn lagen.
De Friezen woonden aan het begin van de jaartelling op terpen. Zij kwamen rond 12 vóór Chr. voor het eerst in aanraking met de Romeinen op het moment dat Drusus, de stiefzoon van de eerste Romeinse keizer Augustus, via het Rijngebied optrekt naar de Elbe. Hij had als taak om de noordoostgrens van het Romeinse Rijk te stabiliseren. Het was de aanzet tot contacten die gedurende de eerste vier eeuwen van het eerste millenium tussen de inheemse bevolking van het terpengebied en het uiteindelijk achter de grote rivieren geconsolideerde Romeinse Rijk, bleven bestaan. De contacten varieerden tot het heffen van belasting door middel van levering van koeienhuiden, handel in luxe gebruiksgoederen, het in dienst treden van Friese jongelingen in elders gelegerde Romeinse legioenen tot een heus statiebezoek van de Friese elite (de barbarenleiders Malorix en Verritus met hun aanhang) naar het Rome onder keizer Nero.
Ook na het vertrek van de Romeinen in 58 na Chr. uit het Friese gebied, bleef hun invloed nog lang en zelfs blijvend doorspelen. In de presentatie Romeinen in Friesland wordt een beeld gegeven van de manier waarop de aanwezigheid en de invloeden van de Romeinen nog altijd te herkennen is in dagelijkse dingen.