In 1810 lijft Napoleon Nederland in bij Frankrijk. Tot 1813 hebben de Fransen een aantal wetten, regels en instellingen ingevoerd die nog steeds bestaan:
-We rijden in Europa rechts.
-Metriek stelsel: in het gehele gebied werden dezelfde maten en gewichten zoals de kilo, de meter en de liter ingevoerd; oude lokale maten werden afgeschaft.
-Burgerlijke stand: een gestandaardiseerd bevolkingsregister werd ingevoerd; dus verplichte registratie van geboorte, huwelijk en overlijden.
-Mensen moesten een definitieve achternaam opgeven. Voorheen waren achternamen veelal plaatselijke bijnamen of stond men bekend als 'de zoon/dochter van X'. Veel mensen wilden hieraan eigenlijk niet meewerken en gingen er van uit dat deze achternamen na de ondergang van Napoleon weer zou worden afgeschaft. Sommigen kozen daarom 'ludieke' namen als Naaktgeboren of Poepjes en zadelden hun nakomelingen zo onbedoeld met een vreemde achternaam op.
-Dienstplicht (werd in 1996 afgeschaft).
-Veel (burgerlijke) wetgeving stamt uit deze tijd.
-Gelijkheid van allen voor de wet: de maatschappelijke standen werden afgeschaft en hiermee tevens de speciale voorrechten en privileges van de geestelijkheid en de aristocratie. Dezen hadden voortaan dezelfde rechten en plichten als de burgerij.
-Veel versnipperde kleine staatjes, vorstendommen en heerlijkheden werden samengevoegd tot grotere overzichtelijke eenheden. In het gebied van Nederland werd in deze tijd het departement van de Neder-Maas gevormd: de latere provincie Limburg in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit bestond voorheen uit talloze versnipperde gebiedjes en heerlijkheden.
-Onderwijs en gezondheidszorg werden beter geregeld en beter toegankelijk gemaakt voor de gewone burgers.
-Verbetering van de riolering.
-Het afleggen van examens voor artsen.
-Huisnummering werd ingevoerd.
-Scheiding van Kerk en Staat.
-Gelijkstelling van godsdiensten.