Goethe (1749-1832) was op zoek naar het ware hartstochtelijke leven en naar integere (ongerepte) natuur. Hij werd als het ware heen en weer geslingerd tussen de wereld van het verstand aan de ene kant en zijn emoties van een zoekende jongeling aan de andere kant. Hij was een van de belangrijkste dichters van de Sturm und Drang periode, welke voorafging aan de Romantiek.
De romantische beweging kwam in Duitsland vooral in verzet tegen starre regels die voor de literatuur golden. Men greep daarbij deels terug op de jonge Goethe en op Schiller die dezelfde houding in hun Sturm und Drang-periode aan de dag legden.
Een nieuwe generatie dichters die rond 1770 geboren werd, later de romantici genoemd, sprak van een voortgaande Entzauberung der Welt, een onttovering van de wereld. Hun werk was het antwoord op twee grote maatschappelijke problemen: het gebrek aan politieke vrijheid en kritiek op een maatschappij, waarin economische belangen het leven bepaalden. Deze generatie van dichters en denkers wilde de wereld zijn oude glans weer teruggeven, door de 'verbeelding aan de macht' te brengen. Maar rond 1800 was de ruimte voor echte maatschappijkritiek niet zo groot. Hun protest nam in de ogen van latere generaties daarom soms de vorm aan van pure Phantasterei, zoals hun tijdgenoot Friedrich Schiller het zelfs al uitdrukte.
Uit de Sturm und Drang-tijd stammen onder andere Goethes gedichten Mailied, Willkommen und Abschied, Prometheus en zijn beroemde briefroman over een niet beantwoorde liefde "Die Leiden des jungen Werthers" (1774). Sterke gevoelens worden benadrukt als iets van eeuwige waarde, de nauwe band tussen het lyrische ik en de natuur staat in Goethes gedichten centraal, de mens is vrij en wordt als schepper van zijn eigen wereld beschouwd.