Waarschijnlijk bedoel je de ambachtslui die lid wilden worden van een Gilde (die Gilden bestonden vanaf de Middeleeuwen tot in de negentiende eeuw)
Zij moesten een meesterproef afleggen, d.w.z. een werkstuk maken op hun vakgebied. Iets timmeren, of een brood bakken, of iets van goud maken enz. Dan werd men meesterknecht. Voor het meesterschap moest dan nog een meesterstuk gemaakt worden.