Net als volwassenen hebben zieke kinderen behoefte aan informatie: zij weten dan beter wat hen te wachten staat. Maar wat kun je een kind wel en wat beter niet vertellen? Het beste is eerlijk te zijn, uw kind niet te misleiden. Zeg dus geen dingen die niet waar zijn. Zeg bijvoorbeeld niet dat een ingreep geen pijn doet, wanneer deze wel pijnlijk is. Uw kind kan dan het vertrouwen in u verliezen. Probeer erachter te komen wat uw kind bezighoudt en ga in ieder geval in op de vragen. U hoeft niet al de informatie die u zelf hebt, te vertellen. Geef alleen de informatie die het kind kan begrijpen en overzien, dus beetje bij beetje. Zo heeft het bijvoorbeeld geen zin om een kleuter te vertellen dat hij over een maand naar het ziekenhuis moet. Bereid hem wel voor op een vervelend onderzoek dat de volgende dag zal plaatsvinden.
Wanneer u twijfelt over wat u het beste tegen uw kind kunt zeggen, vraag dan gerust advies aan de arts, de pedagogisch medewerker of uw huisarts. Zij kennen geschikte boekjes, foto's en video's, die handig zijn bij de voorbereiding van uw kind op ingrepen en opname in het ziekenhuis én bij de verwerking van de ervaringen. Ook de ouder- en patiëntenorganisaties en de Vereniging Kind en Ziekenhuis (zie 'verder informeren') kunnen u adviseren over hoe u uw kind kunt voorlichten
onderstaand een link naar een uitgebreid artikel en publicaties die u kunt aanvragen