We kennen het inwendige van de Aarde alleen langs indirecte weg. Door uit te vinden hoe trillingen door verschillende mediums verplaatsen, iets dat je kunt uitproberen in een laboratorium, kun je deze kennis vergelijken met aardbevingmetingen op verschillende locaties op de planeet om uit te dokteren door wat voor materialen de trilling van de aardbeving zoal heen gaat. Aangezien er zelfs aan de andere kant van de aarde vaak nog een licht effect valt te meten, kun je op deze manier, iedere keer weer, metingen maken en vergelijken met de nieuwe gegevens die je keer op keer krijgt door herhaalde laboratoriumonderzoeken.
Door te weten hoe verschillende stoffen op elkaar reageren en met elkaar omgaan, en hoe ze zich gedragen onder bepaalde omstandigheden, iets dat je kint uitproberen in een laboratorium, kun je op basis van deze kennis modellen opbouwen over hoe een planeet zich mogelijkerwijs zou kunnen vormen onder de invloeden van de verschillende natuurkrachten, en wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Je kunt dan ook tot op zekere hoogte proberen te voorspellen hoe zo’n planeet zich zou gedragen.
Door deze twee manieren van onderzoek tegen elkaar te vergelijken, kun je controleren of beide modellen hetzelfde resultaat geven. Als dit het geval is, is dat een indicatie dat je best wel eens gelijk zou kunnen hebben. Als dit niet het geval is, weet je dat ten minste een van de twee niet klopt.
Er zijn een heleboel manieren om ergens achter te komen zonder het te zien. Je kunt prima kijken naar de gevolgen van iets, en op basis daarvan een behoorlijk kloppend idee krijgen van wat er zou zijn gebeurt. Zo weet een gemiddeld mens het verschil tussen een overstroming, een aardbeving, en een tornado te noemen, zelfs wanneer er ten tijde van de ramp niemand in het rampgebied is geweest. Door te kijken hoe het er achteraf uitziet, kun je bedenken wat er is gebeurd