Volgens 'Ouders Online' (http://www.ouders.nl) is het zo dat alle kinderen over de hele wereld de eerste maanden van hun leven zo'n beetje dezelfde geluidjes maken. Na enige tijd neemt het brabbelen kenmerken van de omgevingstaal in zich op. De geluiden van het kind beginnen dan te lijken op woorden uit de omgeving. Bekend is ook het expressief brabbelen van kinderen rond hun eerste verjaardag: het kind spreekt geen echte woorden uit, maar wel brabbelgroepen, waarbij hij een zinsmelodie gebruikt die erg lijkt op de intonatie van volwassenen. Vanaf die leeftijd, zou je kunnen zeggen, wordt het praten beïnvloed door de taal van hun omgeving.
Toch is het ook zo dat de eerste woorden van kinderen over de hele wereld op elkaar lijken. Om een voorbeeld te noemen: alle kinderen vermijden in hun eerste woorden groepen medeklinkers: klaar wordt kaa(r), slapen wordt sape. De processen die kinderen volgen in het opbouwen van hun taal lopen dus voor alle talen gelijk op.