Inloggen Registreren
dottedLine

Graag een verklaring van het gedicht Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten

1
antwoorden dottedLine
Anoniem  |   27-09-2010  |   (1) antwoorden  
line
De bibliotheek geeft antwoord
Het gedicht van Willem Kloos "Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten" is oorspronkelijk verschenen in de eerste jaargang (1885-1886) van het tijdschrift "De nieuwe gids". Het was het vijfde sonnet in een serie van zes. Het gedicht is ook opgenomen in de bundel "Verzen".

Voor de volgende samenvatting is gebruik gemaakt van de vierde druk van Verzen (de definitieve tekst), Amsterdam 1932.

Vooral in de bronnen 2 en 3 vind je een verklaring van dit gedicht.

Kloos heeft deze bundel opgedragen aan de nagedachtenis van zijn moeder, Anna Cornelia Amelse. Verzen verscheen voor het eerst in 1894, nadat veel belangrijk werk voordien al in tijdschriften gepubliceerd was.

Het sonnet, dat gedurende de achttiende en negentiende eeuw in onze literatuur nauwelijks nog werd beoefend, is door de Tachtigers in ere hersteld. We denken hierbij in de eerste plaats aan Jacques Perk met zijn Mathildecyclus.

De grootmeester van het sonnet is echter Kloos. Wat hij met deze vrij strakke vorm heeft bereikt, is zonder weerga. Ondanks de grote zelfbeheersing die de schrijver van een sonnet zich moet opleggen, is hij er toch in geslaagd uitdrukking te geven aan zijn allersubtielste gevoelens en stemmingen. Veel uit Verzen kunnen we rekenen tot de impressionistische lyriek . Het impressionisme is stemmingskunst. Niet de natuur wordt door de dichter getekend, maar de stemmingen die de natuur bij hem opwekt, worden in woorden weergegeven.Zo ontstaat soms een vaag en wazig geheel. Zie bijv. in het sonnet op p. 2: de half-ontloken maan, bleeke bladen, half-verhulde beelt'nis, een zachten glimlach, bleeke sterrenpracht. Kloos'voorkeur hiervoor hangt ten nauwste samen met twee trekken uit zijn karakter: zijn gevoe-ligheid en zijn zwaarmoedigheid . Wat dit laatste betreft wijzen we op het sonnet op p. 1:

'Want álles ligt in eeuw'gen slaap bevangen,
In de' eeuw'gen nacht, waarop geen morgen daagt -
En héel dit leven is een wond're bange,
Ontzétbre dróom, dien eens de nacht weêr vaagt

Een andere karaktertrek van Kloos is zijn groot zelfbewustzijn, dat zich soms manifesteert in een zelfverheerlijking en zelfvergoddelijking . Zeer onomwonden wordt dit tot uitdrukking gebracht in het bekende sonnet :

'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten,

In het sextet van datzelfde sonnet spreekt de dichter echter aan zijn geliefde zijn verlangen uit,om 'luiduitsnikkende, met al mijn gloed/en trots en kalme glorie tevergaan/Op ùwe lippen' We moeten Kloos' zelfvergoddelijking zien tegen de achtergrond van zijn pantheïstische godsbegrip, dat ervan uitgaat dat de wereld God is. Alles wat we om ons heen zien is goddelijk,ja wij zijn zelf een deel van God. Kloos volgt hierin de zeventiende-eeuwse Nederlandse wijsgeer Spinoza, die ook op Gorter en andere Tachtigers belangrijke invloed heeft uitgeoefend.

Gegevens
H. Michaël, Willem Kloos 1859-1938, zijn jeugd, zijn leven (1965).

In het "Lexicon van literaire werken" staat ook een artikel over "Verzen" van Willem Kloos (geschreven door P. Kralt). Het bedoelde gedicht "Ik ben een God..."(ook bekend als Sonnet V) geeft in tegenstelling tot de 4 eerdere sonnetten een tegengestelde beweging: niet van het aardse naar het hemelse, maar van het verhevene naar het dagelijkse.
Kloos is beroemd (berucht?) geworden om zijn individualisme. Het gedicht "Ik ben een God..." is nog geschreven vanuit de tegenstelling tussen Goddelijke zelfgenoegzaamheid en menselijk verlangen naar de ander.

Bron 1 - Wat is een sonnet?

Bron 2 -De eerste strofe van dit gedicht kan zeker programmatisch worden gelezen. De dichter schrijft niet over God, zoals de domineedichters, maar waant zichzelf een God: de dichter is de schepper en zijn gemoed is de bron van zijn schepping. De dichter is almachtig, voor zover hijzelf het onderwerp is van zijn schrijven.
Hoe almachtig de dichter zich in dit sonnet ook voordoet, hij is allerminst onkwetsbaar. In de twee terzinen beschrijft hij zijn verlangen naar een geliefde, en zijn wens om zich in de nabijheid van die geliefde te kunnen uiten, te kunnen uitsnikken, 'waar 'k niet langer woorden vond'. Het gedicht beschrijft hierdoor zowel de almacht als de onmacht van de dichter. De emotie is alomvattend. Het paradoxale is nu dat de dichter een sterke aandrang voelt om zich te uiten in poëzie, maar tegelijkertijd beseft dat het gedicht zelf in intensiteit wel moet achterblijven bij de gevoelservaring.

Bron 3 - Ik ben een God in 't diepst van jouw gedachten
Over kunst, religie en liefde
Liefde en kunst, zegt men, hebben een en ander met elkaar gemeen. Dat beweert althans met aandrang een aantal ongelukkige kunstenaars, hierin mistroostig bijgetreden door een aantal ongelukkige minnaars. Enz……
auteur: Patricia de Martelaere
dottedLine 28-09-2010   |   ibi.bibliotheek.nl
line
dottedLine
contact | colofon | sitemap | algemene voorwaarden ibi.bibliotheek.nl is een initiatief van SOOB NH, BOZH en ProBiblio
     
Afdrukken Voorlezen
Download widget