Van 1912 tot 1933 was P.M. Cochius directeur van de Glasfabriek Leerdam. Het was zijn verdienste dat een fabriek van gebruiksglas werd getransformeerd tot een bekende glasfabriek waaraan veel bekende ontwerpers hun medewerking verleenden. Andries Copier zou decennialang als enige ontwerper in vaste dienst aan de fabriek verbonden zijn. Andere ontwerpers, zoals Berlage en De Bazel, werkten op freelance basis voor de glasfabriek. In de jaren dertig zou Copier - sinds 1927 artistiek directeur -, mede als gevolg van de slechte economische situatie, als enige ontwerper van glaswerk voor de fabriek werkzaam zijn. Pas omstreeks 1940 zou de fabriek weer externe ontwerpers aantrekken.
In 1933 trad Cochius af. Zijn opvolger H.Hamming sloeg, gedwongen door de crisis, een andere koers in. Hij trok vrijwel geen kunstenaars meer aan. In 1938 werd de NV Nederlandsche Glasfabriek Leerdam opgenomen in het concern van de NV Vereenigde Glasfabrieken. Daarbij werd besloten om ter versterking van de marktpositie de nadruk te leggen op huishoud- en kunstnijverheidsglas. Directeur van de laatsgenoemde onderneming was H.A.P. Pijnacker. Pijnacker wist in 1940 overheidssteun te verkrijgen voor de oprichting van de Glasschool Leerdam, een idee van Andries Copier.