Inloggen Registreren
dottedLine

Aart van der Leeuw schreef een gedicht waarvan ik maar enkele regels ken. Kunt u de titel vinden en de volledige tekst?

1
antwoorden
Toelichting: De mij bekende dichtregels zijn: Wij stegen twee in ‘t grondloos licht, Als duiven die den morgen groeten Toen sloeg zij moe de wieken dicht, En nooit zal ik haar weer ontmoeten.
dottedLine
juul maes  |   26-07-2010  |   (1) antwoorden  
line
De bibliotheek geeft antwoord
Het fragment komt uit het gedicht "Nimmermeer". Het is opgenomen in de bundel:
Liederen en balladen / door Aart van der Leeuw. - Amsterdam : Versluys, 1911, p. 108.
Ook staat het in de "Verzamelde gedichten" van Aart van der Leeuw.

De volledige tekst luidt:

NIMMERMEER

Ik wind de wollen sjaal zoo warm
Haar om de schouders, buig mij neder
En kus haar; leunend aan mijn arm
Loopt zij de herfstlaan heen en weder.

Had ik heur oogen toegedrukt,
De handen op haar borst gevouwen,
En lag ik voor den steen gebukt
Waarin haar naam stond uitgehouwen,

Zou zij niet zóo verloren zijn,
Zóo hooploos voor mijn hart gestorven,
Als nu waar beide in vlammenschijn
Wij door het dorrend loover zworven.

Waarom? Is dan die roode mond
Niet even lief geplooid gebleven,
Kronen heur lokken minder blond
De speelsche gratie van haar leven?

Neen, maar wat hiér gescheiden heeft,
Is het onnoembre dat gevleugeld
In ons naar verre ruimten streeft,
Doch sterven moet als men 't beteugelt.

Wij stegen twee in 't grondloos licht,
Als duiven die den morgen groeten,
Toen sloeg zij moe de wieken dicht,
En nooit zal ik haar weer ontmoeten.
Beste antwoord
dottedLine 26-07-2010   |   ibi.bibliotheek.nl
line
dottedLine
contact | colofon | sitemap | algemene voorwaarden ibi.bibliotheek.nl is een initiatief van SOOB NH, BOZH en ProBiblio
     
Afdrukken Voorlezen
Download widget