Cambrium
488,3 - 542 miljoen jaar geleden.
In het Cambrium was de wereld voor een groot deel met water bedekt. Vormen van leven kwamen in het Cambrium dan ook alleen maar voor in het water.
In het begin van het Cambrium bestond het leven vooral uit sponzen en weekdieren. Later in het Cambrium ontstond er steeds meer diversiteit van dieren. Hierdoor word er ook wel gesproken van het Cambrische explosie van leven. Zo ontstonden er groepen als tribiolieten, kwallen, graptolieten, brachiopoden en stekelhuidigen. In het Cambrium ontstonden dus de eerste primitieve gewervelde dieren. Ook ontwikkelden zich in het Cambrium de eerste primitieve vissen (zonder kaken).
Alle diergroepen die we heden ten dage nog kennen zijn al tijdens het Cambrium ontstaan.
In Cambrische gesteenten vinden we de oudste kreeftachtigen, koralen, weekdieren en ook de vroegste voorlopers van de gewervelde dieren.
Het land was kaal, want meercellig landleven had zich nog niet ontwikkeld.
Er leefden hoogstens bacteriƫn in poeltjes.
De atmosfeer bevatte nog relatief weinig zuurstof. Omdat er nog weinig zuurstof in de lucht was, waren ook de ozonconcentraties (O3), die samenhangen met de zuurstofconcentratie, laag. Omdat ozon ultraviolette straling van de zon tegenhoudt, was een verblijf buiten het beschermende zeewater daarom onaangenaam.
Op het land kwamen dus nog geen planten of dieren voor. Wel waren er bacteriƫn en schimmels, die de rotsen bedekten.
Via de drie links kun je alle informatie vinden die je voor je werkstuk nodig hebt