Voor Plato was het hoogst bereikbare GELUKZALIGHEID . gelukzaligheid is alleen in de ideeënwereld te vinden, de liefde tot het ware en het goede .Daarom was de ideeënwereld ook zo belangrijk.
De ideeënleer luidt als volgt
Waarneembare dingen zijn belichamingen van ideeën. We kennen bijvoorbeeld een heleboel stoelen, stoelen in allerlei vormen, maten, stijlen, materialen en kleuren. Ondanks de talloze verschillen hebben al die dingen iets gemeen: het zijn stoelen. Elke stoel is een belichaming van de idee 'stoel'. Aan dat idee meten we af of een bepaald ding een stoel is, een goede of deugdelijke stoel is; dat idee moeten we kennen om een stoel te kunnen maken; dank zij dat idee kunnen we ons denkbeeldige stoelen voorstellen enzovoorts.
Het idee 'stoel' is volmaakt; in vergelijking met het ideaal is elke stoel waarop we zitten gebrekkig. Het idee 'stoel' is blijvend; elke stoel waarop we zitten is vergankelijk. Het idee 'stoel' blijft zelfs bestaan wanneer er helemaal geen stoelen meer zijn om op te zitten. Eigenlijk is het idee 'stoel' werkelijker dan de waarneembare stoelen: ze is perfect en onvergankelijk. Het zou passender zijn van het Idee Stoel en de 'stoelen' te spreken in plaats van van 'stoel' en de stoelen.
Volgens Plato vormen de Ideeën de eigenlijke werkelijkheid, de objectieve waarheid en hebben de waarneembare dingen een daarvan afgeleid bestaan.
Plato benadrukt algemene begrippen, begrippen die de verzameling van alle soortgelijke elementen aanduiden. Het gaat bijvoorbeeld om het begrip paard (of Paardheid), eerder dan één specifiek paard, of om het begrip rood (of Roodheid), eerder dan om een rood object.