Het woord hersenen is een zogenaamd plurale tantum. Elk lid van deze woordgroep is een zelfstandig naamwoord met een meervouds-, maar zonder bestaande (gebruikte) enkelvoudsvorm.
Hersen wordt alleen in meervoud gebruikt HERSENEN, behalve in samengestelde woorden als bijv. hersenbalk, hersendood en hersengymnastiek.
Hersenen was van oorsprong geen meervoud, maar een ongeleed woord hersen.
De grondbetekenis van het oorspronkelijke woord is waarschijnlijk `schedel' geweest, een enkelvoudig begrip dus.
Ook in andere Westeuropese talen is het naamwoord steeds enkelvoud: Duits das Gehirn; Engels brain (brains fig.). Het Frans heeft naast cervelle, cerveau (mv).
In het Middelnederlands ( tot 1500) had het woord nog de vorm hersen.
Daarna verschijnt ook, even vaak, de formatie hersenen.
Er is in die tijd geen vorm op -s aangetroffen.
Zowel hersen als hersenen hebben nog lange tijd naast elkaar bestaan.
In de zinsbouw (syntaxis) ging het woord als een meervoud functioneren.
Een volgende stap was het woord een duidelijker meervoudsvorm te geven, en de oorspronkelijke vorm als een schijnenkelvoud op te vatten.
Er zijn in het Nederlands enkele gevallen met twee meervoudsvormen: mazelen naast mazels en hersenen naast hersens.
In het laatste geval is dat een ’dubbel meervoud‘
Wij zeggen niet zijn hersens is beschadigd, maar zijn hersens zijn beschadigd kan wel.
PS De hersenen bestaan uit twee helften, 6 kwabben, 1 hersenstam en miljarden hersencellen.