Elke keer als een rivier overstroomt, bezinken op de oever kleideeltjes die met het water worden aangevoerd vanuit de bergen. In rivierklei kan bodemontwikkeling niet zo gemakkelijk op gang komen. Bij een volgende overstroming raakt de klei immers bedekt met een nieuw laagje. Bovendien is rivierklei compact, en dat maakt het lastig voor lucht, water, plantenwortels en gravende organismen om binnen te dringen en bodemvormend werk te doen.
Rivierkleibodems zijn de overheersende bodems in het stroomgebied van Rijn, Maas, Waal en IJssel. Jonge rivierkleibodems komen in de uiterwaarden voor, waar de rivier bij hoog water buiten zijn oevers kan treden. Vóór de bedijking, die vanaf de middeleeuwen (rond 1200) werd aangevangen, konden rivieren vrijelijk buiten hun oevers treden. In het rivierengebied vind je dus ook buitendijks rivierklei. Vooral in laagelegen delen van het landschap heeft zich zware klei verzameld. Deze komklei is zeer taai en daardoor erg lastig te bewerken.
Bij de 3 onderstaande links kan je meer informatie over rivierklei vinden.