Een mainport is een knooppunt van belangrijke transportroutes. De term is met name een Nederlandstalige beleidsterm, en wordt met name gebruikt om het relatieve belang van de havens van Rotterdam en Antwerpen en de luchthavens Schiphol en Brussels Airport te onderstrepen. De term is in het Engels niet als zodanig in gebruik.
Een transportknooppunt in het algemeen is van belang voor de regionale economie:
-vanwege de directe werkgelegenheid die transport en overslag biedt;
-vanwege de indirecte (of afgeleide) werkgelegenheid (bijv. dienstverlening aan transporteurs);
-omdat goede transportmogelijkheden een belangrijke factor kunnen zijn bij de keuze van een bedrijf(stak) om zich in een regio te vestigen.
In het geval van Schiphol maakt de luchthaven de glastuinbouw in onder andere het Westland mogelijk, via de veiling in Aalsmeer; de haven van Rotterdam is essentieel voor enkele raffinaderijen, die op hun beurt weer veel afgeleide petrochemische industrie met zich meebrengen.
Een nadeel van een knooppunt in de Randstad is dat het door het enorme verkeersaanbod al snel een knelpunt wordt. De overheid brengt het probleem in kaart en probeert oplossingen te vinden. (2e link)